Van meisjesdroom naar jongensrealiteit

als kind droomde ik over een groot gezin en speelde ik zelf mama met mijn poppen die mijn dochters waren
Bron: Pexels

Als klein meisje droomde ik van een warm, levendig gezin. Ik zag het helemaal voor me: een huis vol dochters, vlechtjes maken, theekransjes, zachte stemmen en veel geknuffel. Die droom voelde vanzelfsprekend, bijna voorbestemd. Vandaag kijk ik rond in mijn huis en zie ik iets totaal anders: vier jongens. Geen vlechtjes, wel sokken overal. Geen theekransjes, wel eindeloze discussies over voetbal, gamen en wie de sterkste is. En toch… is het goed.

Ons gezin bestaat uit twee werelden die we samenbrengen, twee achtergronden, twee opvoedstijlen, twee geschiedenissen. Dat is soms confronterend. Mijn droom van “één” warm geheel – waar iedereen elkaar vanzelfsprekend aanvoelt – moest ik stukje bij beetje loslaten. In de plaats kwam iets anders: iets chaotischers, genuiners, eerlijkers.

Wat ik geleerd heb, is dat dit samengestelde gezin me als persoon doet groeien. Ik leer anders kijken, zachter reageren, accepteren dat liefde niet altijd logisch of rechtlijnig is. Zolang ik mijn hart openhoud, lukt het me. En dat geldt voor elk van ons. We zoeken allemaal onze plek, en het is aan ons – de volwassenen – om te zorgen dat iedereen er één mag vinden.

Het is niet het gezin dat ik vroeger tekende met kleurpotloden. Maar het is wel het gezin dat me elke dag uitdaagt om beter, ruimer en echter te zijn. En dat maakt het misschien nog waardevoller dan die kinderdroom.


Deel dit bericht via social media